L
Lease-auto/contractauto
De door een lessor ten behoeve van een lessee aangekochte auto die voor een overeengekomen periode aan de lessee in gebruik is gegeven.
Leasecontract
De overeenkomst tussen een leasemaatschappij en een andere partij die de ter beschikkingstelling en gebruiksgegevens van één object regelt. Voor een aanhangwagen, oplegger of (verwijderbare) opbouw van een bedrijfsauto zal een separaat leasecontract opgemaakt worden. Als ‘autoleasecontract’ gelden in de statistiek alleen contracten voor voertuigen waarvoor (normaliter) een kenteken ‘personenauto’ of ‘bedrijfsauto’ wordt afgegeven.
Lease – Financieel
Zie ‘Financiële Lease’.
Lease in – Lease out
Zie ‘Back to Back leasing’.
Leaseobject
Het goed dat de lessee door middel van leasing in gebruik krijgt. Voor elk zelfstandig object zal een separaat leasecontract worden opgemaakt. Gaat een leaseobject verloren, dan eindigt de gebruiksmogelijkheid en zal daardoor ook het leasecontract tot een einde komen.
Lease - operationeel
Zie ‘Operationele lease’.
Lease – netto operationeel
Een operationele lease zonder service-elementen.
Lease-overeenkomst
Zie ‘Hoofdovereenkomst’ respectievelijk ‘Leasecontract’.
Leaseperiode/Looptijd
De overeengekomen periode waarvoor de lessor het gebruiksrecht van de auto aan de lessee verschaft.
Leaseprijs
De door de lessor verlangde vergoeding voor het gebruik van een geleast voertuig en de bijkomende diensten. De voor de gehele contractperiode berekende leaseprijs wordt (na aftrek van een eventuele ‘eerste vergoeding’) normaliter door middel van maandbedragen gelijkmatig verdeeld over de gebruiksperiode.
Leaseprijsherziening
Zie ‘Hercalculatie’.
Leaseregeling
Het Besluit van de staatssecretaris van Financiën waarin wordt aangegeven aan welke criteria lease-overeenkomsten dienen te voldoen om het economisch belang aan de lessor toe te wijzen en het contract als een operationele lease te kwalificeren. Dit besluit is tot stand gekomen onder andere met het oog op de gewenste duidelijkheid bij het activeren van en afschrijven op de betreffende leaseobjecten. De Leaseregeling is in werking getreden op 1 januari 2000 en werd op 1 juli 2001 op enkele punten gewijzigd.
Leasetermijn
‘Termijnen’ is de aanduiding in de financiële wereld voor periodieke (gelijke) betalingen die het gevolg zijn van verkregen gebruiksrechten voor een object of ter terugbetaling van een geldlening. Om verwarring met de aanduiding van termijn voor tijdsduur te voorkomen, is het aan te raden te spreken en te schrijven over de (maandelijks verschuldigde) leaseprijs, het leasetarief of de leasevergoeding.
Lessee
Degene die de lease-overeenkomst met de lessor aangaat en op basis daarvan gerechtigd is een bedrijfsmiddel door middel van leasing in gebruik te verwerven.
Lessor
De leasemaatschappij, die door lessees gewenste bedrijfsmiddelen/leaseobjecten ter beschikking stelt. Een lessor is een afgeleid investeerder: hij investeert immers op verzoek van de lessee. De lessor mag niet worden verward met een financieringsmaatschappij, die immers geen objecten, maar geldmiddelen ter beschikking stelt.
Levering
Ter beschikking stellen (van een zaak) tegen betaling of huur. Ter vermijding van de opvatting dat levering ook zorgt voor eigendomsoverdracht is het aan te raden bij leasing steeds te spreken van ‘aflevering’ of van ‘ter beschikkingstelling’.
Lineaire kostentoerekening
Een belangrijk kenmerk van leasing is dat de leasevergoeding gelijkmatig verdeeld over de gebruiksduur in rekening wordt gebracht, onafhankelijk van de grilligheid waarin onderliggende kostencomponenten zich aandienen. Een lineaire kostentoerekening is alleen verantwoord toe te passen wanneer een vaste gebruiksperiode is afgesproken.

