


Dit blijkt uit een recente uitspraak van Gerechtshof in Den Bosch. De ondernemer in kwestie had zijn auto tot het ondernemingsvermogen gerekend. Tijdens een privérit in België kreeg hij schade aan de dynamo. Een noodreparatie bleek noodzakelijk. De kosten daarvan liepen met name op doordat de Belgische Touring Club hoge voorrijkosten aan een niet-lid in rekening brengt.
Uit jurisprudentie uit 1955 blijkt dat schade tijdens een privérit niet fiscaal aftrekbaar is. De belastingdienst stelde dat deze noodreparatie daar ook onder viel. Uit deze nieuwe uitspraak blijkt echter dat van slijtage die tijdens privégebruik aan het licht komt niet gezegd kan worden dat de daarmee verbonden kosten zodanig met het privégebruik samenhangen dat ze niet aftrekbaar zijn. Deze kosten horen immers bij de onderhoudskosten van de auto. De onderhoudskosten zijn gewoon zakelijk aftrekbaar. Met het deel van het onderhoud dat met het privégebruik samenhangt, is al rekening gehouden in de bijtelling. Ondernemers die hun auto tot het ondernemingsvermogen rekenen, kunnen schade tijdens privéritten niet in mindering brengen op hun winst. Bij een noodreparatie ligt dat dus anders.
Bron: VNA
