


Het is terecht dat voor bestelwagens een ander motorrijtuigenbelasting (mrb) tarief geldt dan voor personenauto’s. Dit is geen verboden discriminatie, oordeelde de Hoge Raad op 7 januari. En het maakt volgens het college niet uit, of de personenauto bedrijfsmatig of voor particuliere doeleinden wordt ingezet.
De procedure ging over een onderneemster die drie personenauto’s heeft. Ze worden zakelijk ingezet, namelijk voor de verhuur aan andere ondernemers. De eigenaresse was van mening dat onder deze omstandigheden het lage wegenbelastingtarief moest gelden. Door het verlaagde tarief alleen voor bestelwagens te laten gelden, creëert de wetgever volgens haar een ongelijkheid tussen ondernemers die auto’s met een geelkenteken voor zakelijk gebruik hebben en ondernemers die hiervoor auto’s met een grijskenteken gebruiken.
De Rechtbank en het Gerechtshof oordeelden dat geen sprake was van ongelijke behandeling: een personenauto en een bestelauto zijn wat betreft de gebruiksmogelijkheden en inrichting geen gelijke gevallen. Dit laatste liet de Hoge Raad in het midden, maar het college oordeel de wel dat het verschil in mrb-tarief is toegestaan vanwege het doel van de mrb-regeling: de regering wil ondernemers faciliteren bij het gebruik van een motorvoertuig voor zakelijke doeleinden.
Bron: Automotive fiscalisten.
